Doordachter reageren op de kredietcrisis

Opinieartikel van Mark Rutte zoals geplaatst in het Financieele Dagblad.

Gevaarlijke ontwikkeling dreigt met Keynesiaanse reflexen: voor je het weet is middel erger dan de kwaal

De financiële crisis is niet het gevolg van ‘onbeperkte marktwerking' maar benadrukt eerder het belang van onafhankelijk monetair beleid, goed toezicht en een level playing field. Om goed te reageren op de crisis moeten de oorzaken duidelijk zijn. Ik zie drie hoofdoorzaken. Ten eerste heeft dankzij lage rentes de geldkraan te lang wagenwijd opengestaan sinds 2001, toen de economie uit de recessie moest worden geholpen. Ten tweede trad China toe tot de Wereld Handelsorganisatie in 2001 op een zeer lage wisselkoers van de Chinese Yuan versus de dollar. Dat heeft economische onbalans veroorzaakt. Ten derde heeft de Staat gefaald als marktmeester. Hij heeft toegelaten dat banken steeds meer kapitaal uitzetten ten opzichte van hun eigen vermogen. Bovendien heeft de Amerikaanse overheid aangezet tot onverantwoord bankieren.

Intussen is de financiële crisis overgeslagen op de ‘gewone' economie. Dat leidt tot Keynesiaanse reflexen: overal willen overheden met extra uitgaven en ingrepen in de economie de boel uit het slop trekken. Een gevaarlijke ontwikkeling, want voor je het weet is het middel erger dan de kwaal. Neem bijvoorbeeld het begrotingstekort en de staatsschuld. Er wordt een oogje dichtgeknepen als het gaat om de begrotingsspelregels die bij de invoering van de euro zijn afgesproken. Wie het begrotingstekort onverantwoord laat oplopen legt de rekening neer bij onze kinderen. Een bijkomend risico is dat de euro zijn sterke positie verliest, de inflatie oploopt en de pensioenen onder druk komen. Ook voor werktijdverkorting geldt dat het op korte termijn sympathiek lijkt, maar op langere termijn funest kan uitwerken. Als de nu optredende ‘vraaguitval' werkelijk kort duurt kunnen werkgevers en werknemers beter met een arbeidspool onderling een regeling treffen. Als de vraaguitval langer duurt, frustreert overheidssteun het aanpassingsproces dat zich tijdens een crisis voltrekt. Het kunstmatig op de been houden van bedrijven betekent bovendien oneerlijke concurrentie voor bedrijven die hun zaken wel op orde hebben.

In plaats van paniekvoetbal te spelen door nu al marktverstorende maatregelen te nemen, stel ik twee wegen voor om de crisis aan te pakken. De overheid dient zich te richten op het fundament van het probleem, de kapitaalmarkt. Bedrijven zullen problemen blijven houden zolang huizenprijzen blijven dalen en beleggingswaarden niet aantrekken. 
Er moet weer olie in de motor van de economie komen. De eerste ronde van kapitaalinjecties is achter de rug maar de kredietverlening zit nog steeds op slot. De kapitaalsinjecties en garantieregeling voor banken werken onvoldoende. Het kabinet moet met de bankiers gaan praten om een wel werkende regeling te maken. Dit is nodig om investeringen, herfinanciering en exportkredieten op gang te brengen. Daarnaast is de Rijksbegroting 2009 inmiddels achterhaald. Het kabinet moet de begroting op orde brengen en schrappen in uitgaven die de economie niet helpen. Ook moeten belastingen die ronduit schadelijk zijn voor de economie worden teruggedraaid. Met de ontstane ruimte kunnen we de overdrachtsbelasting en inkomstenbelasting verlagen. Daarmee zou de overheid de haperende huizenmarkt en het consumentenvertrouwen een noodzakelijke impuls geven.

Een tweede weg die we moeten bewandelen is het versterken van de economie op langere termijn. De Nederlandse arbeidsmarkt moet worden geflexibiliseerd en investeringen in wetenschap en vernieuwende technologieën, alsmede infrastructuur, zijn noodzakelijk om de economische kansen van de toekomst te grijpen. De combinatie van economische groei en duurzame energie is er zo een. Ten slotte moeten we inzetten op een superieur marktmeesterschap vanuit de Staat. De Staat mag geen speler op de vrije markt worden, maar moet wel beter dan in het recente verleden als scheidsrechter de spelregels van de vrije markt bewaken.

Rustig opereren met de focus op herstel van vertrouwen en de blik op de langere termijn is op dit moment wijzer dan aan het stuur te gaan rukken. Dat is les één die je leert op een slipcursus. Hopelijk zijn Balkenende en Bos dat niet vergeten.