De oliebollen en de meeste nieuwjaarsbijeenkomsten zijn achter de rug. De diverse nieuwjaarstoespraken met allemaal een zorgelijke toon benadrukken dat de verwachtingen voor 2012 niet hoog gespannen zijn.
Het is crisis zo horen we van alle kanten. De kerstinkopen waren toch weer hoger dan het jaar er voor. Ondanks de vele nadelen die er aan kleven is er weer meer vuurwerk verkocht.
Zeker de huizenmarkt ligt vrijwel stil, de problemen rond de Euro gaan gewoon door, ze hoppen van top naar top.
Wanneer iemand in deze situatie zijn baan kwijt raakt en zijn inkomen ziet kelderen dan is er zeker sprake van een groot probleem. Voor het overgrote deel van ons merken we dat de bijna van zelfsprekende stijging van onze inkomens er niet is.
Dat een aantal lasten stijgen zonder dat we daar compensatie voor krijgen. Voor een grote groep gepensioneerden ziet het er naar uit de het pensioen boven de AOW in 2013 daadwerkelijk wordt verlaagd.
Zeker zal dit forse consequenties hebben voor de besluitvorming in dit en de volgende jaren. Het al in de jaren zeventig door den Uyl aangekondigde bereiken van de grenzen aan de groei lijkt veertig jaar later dan toch uit te komen.
Is het dan zo dat we nu maar wild moeten gaan bezuinigen op van alles en nog wat? Dat zou een aanvaardbare oplossing zijn wanneer je weet dat over een paar jaar alles weer bij het oude is. Nu lijkt steeds breder de opvatting gedeeld te worden dat we zeker voor een flinke periode ons op geen of een beperkte groei moeten instellen.
De nu snel merkbaar wordende vergrijzing zal daarbij, of we willen of niet, een steeds groter beslag leggen op onze middelen.
Veel meer zullen we een oplossing moeten vinden door kritisch te kijken naar wat we allemaal doen en voor al hoe we dat doen. Kunnen we de vele organisaties die zich met enige vorm van welzijn bezighouden niet veel beter samenvoegen met behoud van de mogelijkheid om vooral de uitvoerenden te laten aangeven hoe het werk het
meeste nut heeft.
Is het zinvol om door te blijven gaan om alles tot op detailniveau te registreren wat uiteindelijk ten koste gaat van de mogelijkheden om het werk uit te voeren. Natuurlijk weetje dan niet meer alles in detail in de jaarverslagen te laten zien, maar wie leest die jaarverslagen eigenlijk?
Zijn we langzamerhand niet te ver doorgeschoten om voor een kwartje te controleren of we een dubbeltje kunnen besparen?
Dit zelfde geldt voor meer sectoren waar het management inmiddels veel meer kost dan de feitelijke uitvoering. In menige organisatie is de directeur een manager geworden die zijn tijd besteed aan overleg, overleg en overleg.
Voor de politiek en dus ook voor ons als VVD fractie ligt hier de grote uitdaging, zorgen dat we met minder middelen op de werkvloer zo veel mogelijk de beoogde doelen kunnen bereiken.
In dat perspectief wens ik u een goed en gezond 2012.
Evert Marseille, fractievoorzitter.