Bekostigd leerlingenvervoer is alleen bedoeld is voor leerlingen met een beperking; niet voor vervoer naar religieuze scholen buiten de regio.
VVD-woordvoerder in de Tweede Kamer, Ineke Dezentjé Hamming: "Ouders met een bepaalde geloofsovertuiging kunnen momenteel aanspraak maken op een vergoeding van de gemeente voor leerlingenvervoer, als zij hun kind naar een school van hun overtuiging buiten de regio willen laten gaan. Wat mij betreft is gemeenschapsgeld daar niet voor bedoeld. De middelen zijn beperkt, en het is wat de VVD betreft onacceptabel dat kinderen met een beperking buiten de boot vallen, omdat het geld aan deze groep kinderen wordt uitgegeven. Die kinderen (of ouders) kunnen immers kiezen, voor een kind met een beperking is die keuze er niet. De VVD besteedt belastinggeld liever aan goed en veilig leerlingenvervoer voor leerlingen die dat echt nodig hebben bijvoorbeeld om naar het speciaal onderwijs te kunnen."
"Neem de gemeente Werkendam. Die betaalt 45 000 euro per jaar om één leerling dagelijks naar een reformatorische school 110 kilometer verderop te brengen. Dat geld wordt wat mij betreft ingezet voor vervoer van gehandicapte kinderen, in plaats dat zij vanaf de leeftijd van 9 jaar maar met de fiets of de bus moeten, zoals nu door sommige gemeenten is ingevoerd om de kosten nog enigszins te beperken.", aldus Dezentjé.
Leerlingenvervoer wordt sinds 1987 door de gemeente verzorgd en vastgelegd in een verordening leerlingenvervoer. Gemeenten geven hier naar schatting in totaal 180 miljoen euro per jaar aan uit.